1907.jpg
20131119_10-1-1.jpg

Na het groot verlof moest ik naar de meesters. De strengheid van de meester deed mij goed, want ik kon goed leren. Huiswerk moesten wij niet maken, dus maar spelen. In de winter in de sneeuw en op het ijs. 's Zomers in het water, want in onze tijd was dat er meer dan nu. Men had toen immers veel water nodig om het vlas in te leggen. In de lente gingen we al vroeg zurkel trekken en dijkdoorns op de dijk. Die wortels aten we op omdat ze een zoete smaak hadden.

Zo werd ik groter en sterker en begon met mijn makkers krachtiger te spelen. Als apen kropen we in de bomen, we zwommen als vissen en maakten al eens ruzie. Wij dierven ook vechten, maar niet dikwijls. Wij zouden onze kleren wel eens kunnen scheuren, en toen was iedereen te arm om andere te kopen.

Victor Ivens 

__________________________________________________________________________________________________________________________