Maalderij Rosseel 3

Dit artikel verscheen in 1998 in het tijdschrift "De Kluizenaar" van de heemkundige kring De Kluize.

 1950

Wij zijn dan toch maar diesel blijven draaien. Het was toch zo makkelijk. Ondertussen had een motor geen geheimen meer voor Jef. De jaren '50 verliepen in peis en vree.

Ze maalden rustig verder, maar steeds werd er gezocht naar kleine verbeteringen. Zo ook de kuismachine. Het graan moest zo zuiver mogelijk in de maalmolen komen. En omdat de eerste pikdorsers in de polder hun werk deden, werd het graan soms een beetje te vuil. De rasptrommelzeef werd aangepast, zodat zandkluiten en polderklei werden kapotgeslagen, en alles terechtkwam op een zandzeef. Een schudschuif verzamelde het zand en schudde het in een zak die op de weegschaal stond. 

Het lichtere vuil werd afgezogen. Door een aspirateur kwam dit terecht in een cycloon, waar het door de centrfugale kracht werd gescheiden van de lucht. Ook dit vuil kwam in een zak terecht en werd samen met het zand afgewogen per klant.

Landbouwers die dachten dat ze te weinig kg meel terugkregen, mochten ook "hun" zand meenemen naar huis. Maar ook de buil of trommelzeef werd met Zwitserse zijde bespannen, van uiterst fijn naar grof, zodanig dat men uiterst fijne bloem van 80% bereikte, die men heden ten dage in de grote bloemmolens ook verkrijgt. Ook elke partij graan (per klant, hoe klein ook) werd afzonderlijk gemalen en afgewogen, hetzij 50 kg bloem om brood te bakken, en de rest tarwe, rogge, gerst voor dierenvoeder werd na het malen of builen op zolder gerangschikt per klant of per wijk. Om dan via een zakkenschuif op de auto te worden geschoven en afgeleverd per wijk. Heden ten dage noemt men dit rationeel werken. Maar Fons en Jef gaven dit geen naam. Zij deden het in alle eenvoud.

Na elke partij graan mocht de molen niet lang leeg draaien. Om  te grote sleet der stenen tegen te gaan, plaatste Jef een belletje op de graanschudschuif naar de molen. Eens de schuif leeg, hoorde hij het belletje rinkelen. Gedaan met leegdraaien. De volgende partij kon gemalen worden. Rationeel ! Toch simpel, hé, om het met de woorden van Jef te zeggen.

1960

Zo verliepen de jaren '50 en '60 met dagen van hard werken. Dagen met technische problemen en allerlei andere dagen, ook rustige. Dan hadden Fons en Jef andere karweitjes zoals het herstellen van de zakken. Een oude zakkennaaimachine in hun onderhoudsatelier is daar nog getuige van. Later nog, lijmde men een lap op de opening in de zak, met Col a sac. Maar dit was letterlijk en figuurlijk lapwerk.

Ook het opkuisen, bijplaasteren en witten met kalk, van de zolders en stallingen (tegen vliegen en ander ongedierte) was winterwerk. Zelfs zijn eigen kapbeitels smeden en harden. Weet ge hoe ik het deed? Roodgloeiend maken en harden (afkoelen) in regenwater, terug laten aanlopen (blauw) en dan terug afkoelen in afgedraaide olie. Dit was Jef zijn methode en zijn beitels waren prima; Ook het herstellen van het raderwerk onder de molen werd uitgesteld tot er tijd was.

Aangezien op de aandrijfas een houten konisch tandwiel staat dat het gietijzeren tandwiel op de molensteenas aandrijft, was er veel sleet, waardoor deze tanden op tijd en stond dienden vervangen te worden. Jef had van jongsaf gezien hoe men dit werkje opknapte; Eens de tijd en Jef rijp, herstelde hij zelf de houten raderen onder de molen.

Maar waarom houten tanden Jef? Een droge aandrijving met hout op ijzer maakt veel minder lawaai, legt hij uit. De jaren '70 kwamen in aantocht en Fons, geboren in 1905 dacht aan uitbollen. Maar Jef, twee jaar jonger en nog vitaal genoeg, kon de omgang met de mensen niet missen.

1975

In juli werd besloten om met z'n drieën de riem af te leggen: Fons, Jef en hun diesel. Dit dachten ze. Zo'n mooie machine kun je niet zomaar laten verkrotten. Het onderhoud ging verder. Ze hielden alles mooi. Ze hadden nu zowat hun eigen museum zonder het te weten.

1986

De zuiggasmotor, een kostbaar stuk industriële archeologie, is tot onze spijt afgereist naar een kijkhuis in Nederland. Zij kenden reeds de waarde van de nostalgie.

1991

Broer Fons is in oktober op 86-jarige leeftijd ter ziele gegaan, een grote tegenslag voor Jef.

1992

Jef heeft ook zijn dieseltje van de hand gedaan aan een ....Nederlands museum.

1998

Maar toch is deze kranige 90-er, nog steeds in woord en gedachten in zijn maalderij, bij zijn dieseltje, alsof het gisteren was.

Bij de vele vragen die we stellen, herleeft hij. Hij toont ons de riem van de elevator met de bakjes eraan en een borstel die meedraaide om de schacht te kuisen. Alles gedemonteerd en mooi opgevouwen.

Hij laat ons de fiets bewonderen uit 1933 met cijferslot. En als ik wat beter ben ga ik er nieuwe banden opleggen, zegt Jef.

En al die meelzakken op stapels van 50, gevouwen per 5 stuks.

Hij toont ons nogmaals zijn onderhoudsatelier....museum.

Jef kan niet stoppen....Hij herleeft. Hij staat weer in zijn maalderij.

Jef overleed in 1998.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

© 2011 - 2017 meerdonkopzijneigen.be